Jelle Bos werkt aan modernisering van collectie in het Grammofoonmuseum

NIEUWLEUSEN - Trots laat Jelle Bos de nieuwste aanwinst voor het Grammofoonmuseum zien: een zogeheten Polyphon. Dat is de merknaam voor een soort staande speeldoos, die de gelijknamige stichting onlangs overnam van een Brabantse eigenaar, die hem ooit had gekregen uit een erfenis.

 

Het muziekmeubel dateert van rond 1900. Het mechaniek speelt grote metalen platen af via een mechanisme dat vergelijkbaar is met een speeldoos: de uitgestanste kammetjes worden afgetast, zodat een melodie hoorbaar wordt. Een dertigtal bijgeleverde platen, met een doorsnede van een wagenwiel, bevatten uiteenlopend repertoire als ‘Stille nacht’, walsen van Strauss en Duitstalige liederen.

“Je kunt dit apparaat beschouwen als een voorloper van de grammofoon”, legt conservator Bos uit. “In die tijd was dit nagenoeg het enige apparaat waarmee je in huis muziek kon afspelen.” Dat laatste aspect maakt de Polyphon een toegevoegde waarde voor het Grammofoonmuseum, dat zich voor het overige vooral toelegt op fonografen en grammofoons. Hoewel het Grammofoonmuseum ook zijstapjes maakt (radio’s, microfoons, bandrecorders), beoogt het vooral een historisch overzicht te geven van de ontwikkeling van de grammofoon, van de Edison-uitvinding uit 1877 die toen nog fonograaf genoemd werd en met wasrollen werkte, tot de latere grammofoonplatenspeler.

“De meeste modellen hebben betrekking op de periode tot kort na de Tweede Wereldoorlog. Maar we zijn van plan het museum komend voorjaar te moderniseren met een andere opstelling”, zegt hij in het zogenoemde ‘schaduwmuseum’. Dit is een voor publiek niet toegankelijke ruimte waar afspeelapparatuur staat waarvoor in het eigenlijke museum geen ruimte is. “Juist omdat LP’s momenteel weer zo’n indrukwekkende come-back maken (veel hedendaagse pop- en rocktitels worden tegenwoordig weer op LP uitgegeven, red.) willen we ook een overzicht geven van platenspelers van ruim na de oorlog. Dat roept voor veel bezoekers herkenning op, zeker als er een plaat uit hun jonge jaren op wordt afgespeeld. Via internet kun je tegenwoordig alles horen wat je wilt horen, maar er zit toch meer emotie in als je een plaat afspeelt en de hoes in je handen hebt.” Voor dat laatste heeft het Grammofoonmuseum ook een grote collectie van oude LP’s aangelegd. Daarnaast heeft men plannen om een radiostudio te creëren zoals die er in de jaren tachtig in Hilversum uitgezien moet hebben.

Het Grammofoonmuseum, aan de Smeule 3 in Nieuwleusen, is het resultaat van zo’n veertig jaar verzamelwoede. Bos, grondlegger van het regionaal bekende bedrijf Bos Bedden en inmiddels ondernemer-in-ruste, was als tiener al gegrepen door afspeelapparatuur en versterkers, maar begon rond zijn 35ste serieus te verzamelen. Het groeide uit tot een levenswerk, dat ruim tien jaar werd omgevormd tot een door een stichting beheerd museum, zodat ook anderen ervan kunnen genieten. En dat gebeurt veelvuldig, zij het alleen op afspraak voor groepen tot circa vijftig personen.

Bos richtte het souterrain van zijn nieuwgebouwde woning er destijds helemaal voor in, met een totaal oppervlak van een kleine 300 vierkante meter. De collectie is in bruikleen gegeven aan de stichting Het Grammofoonmuseum, die de afgelopen jaren heeft geprobeerd de collectie elders onder te brengen. “We hebben verschillende mogelijkheden onderzocht, maar het heeft tot dusver geen resultaat opgeleverd”, zegt Bos. “Momenteel zijn we niet meer actief op zoek naar een alternatieve ruimte, maar mocht er iets op onze weg komen, dan willen we de mogelijkheden zeker onderzoeken.”

Delen:

De Dalfser Marskramer

Verschijnt iedere dinsdag in een oplage van 22.900 exemplaren in Ankum, Balkbrug, Dalfsen, Hasselt, Hoonhorst, IJhorst, Lemelerveld, Nieuwleusen, Oudleusen, Rouveen, Staphorst, Vinkenbuurt en Witharen.

© - Ontwerp & realisatie: FIZZ | Digital Agency